website door Carlos Gallupa

Architectonische denkers

 

Rem Koolhaas staat voor meer dan ‘bouwen' alleen. Steeds vaker wordt zijn organisatie gevraagd om zijn architectonisch denkvermogen in te zetten ten behoeve van maatschappelijke en politieke vraagstukken. Een gesprek met een van s'werelds meest toonaangevende architecten en zakelijk partner Victor van der Chijs.

Interview: Saskia J. Stuiveling
Tekst: Irene Schoemakers

‘Architectuur is soms kinderlijk eenvoudig. Mensen realiseren zich vaak niet dat het ook vooral veel knippen en plakken is met piepschuim en bordkarton', zo relativeert de meester van de architectuur, die internationale bekendheid verwierf met de Rotterdamse Kunsthal en later het Nederlands Danstheater in Den Haag. Maar ook de Nederlandse ambassade in Berlijn, het Guggenheim museum in Las Vegas, de openbare bibliotheek in Seattle en de Pradawinkel in New York, komen uit de koker van Koolhaas. Zijn in 1975 opgerichte Office for Metropolitan Architecture (OMA) kent inmiddels drie vestigingen: New York, Beijing en Rotterdam.

Relaxed en ogenschijnlijk niet gehinderd door enige tijddruk leidt hij ons rond in het onopvallende verzamelkantoorgebouw in het Rotterdamse centrum waar OMA de eerste en hoogste verdieping in beslag neemt. Niets doet aan de buitenkant vermoeden dat hier een van s'werelds meest prestigieuze architectenbureaus met een enorme productie is gevestigd. Binnenin - de ruimte kent nagenoeg geen muren - zoemt het van de activiteit en creativiteit. ‘Kijk', legt Koolhaas - zoon van schrijver Anton Koolhaas en kleinzoon van architect Dirk Roosenburg - uit, terwijl hij een maquette in zijn hand neemt. ‘Dit is een voorbeeld van hoe wij te werk gaan. Dit stelt een nieuw stadsdeel voor van een stad in Rusland. Aan ons de vraag om hier een ontwerp voor te bedenken. Om het ontwerp niet te statisch te laten zijn, hebben we ons aanvankelijke piepschuimontwerp vervangen door metalen blokjes en er vervolgens een magneet onder gehouden. Het gevolg is een roterend ontwerp dat veel dynamiek in zich heeft.'

Er werken hier zo'n 120 creatieve mensen. Hoe manage je die?
"Het probleem is dat we natuurlijk niet in een stabiele wereld leven. Dit vak is in toenemende mate van de markt afhankelijk en die is per definitie instabiel. Daar komt ook nog eens bij dat ik van de ‘generatie 68' ben en dit bureau dus nooit heb beschouwd als een bedrijf waar gezinnen van moeten leven. Maar juist vanwege de instabiliteit van de omgeving is management van ons werk - meer nog dan van onze medewerkers - een kritische factor die maakt dat we het hier kunnen volhouden. Het is ook niet voor niets dat we een jaar geleden Victor er als partner hebben bijgehaald. Al eerder werkten we met hem samen in een project waarbij wij gevraagd werden de haalbaarheid van Schiphol op een platform in de Noordzee in kaart te brengen. Hij was destijds als onze opdrachtgever heel goed in staat om ons op ons functioneren te beoordelen. Uiteindelijk hebben we hem juist hierom gevraagd bij ons te komen. Hij is de eerste partner die niet afkomstig is uit de architectuur, maar kijkt kritisch naar de opdrachten die we selecteren en beoordeelt bijvoorbeeld of ze wel of niet rendabel voor ons zijn."

Geen overbodige luxe neem ik aan..
Van der Chijs: "Inderdaad. Als creatieveling heeft Rem de neiging om telkens iets nieuws te willen ontwerpen. Economisch gezien is dat voor ons als bedrijf niet altijd voor de hand liggend. Het zou voor de winstgevendheid van het bedrijf natuurlijk veel beter zijn om een uitgedacht concept meerdere keren toe te passen en niet telkens het wiel uit te vinden. Voor een architect is dat echter niet bijster interessant. Het is voor ons dan ook de kunst hier een gulden middenweg in te vinden."

Botst het wel eens tussen het creatieve en het zakelijke?
"Nee. Z