website door Carlos Gallupa

Diversiteit als economische noodzaak

Het debat over diversiteit verhardt. Meer en meer wordt er openlijk kritiek geleverd op het ambassadeursnetwerk en her en der wordt geroepen om meer regelgeving in de code-Tabaksblat. Hoe zit het nu precies met diversiteit? Moeten we het laten voor wat het is? Of is de strijd nog niet gestreden? We vroegen het een Keniase ceo, de enige Nederlandse vrouwelijke ceo van een beursgenoteerde onderneming en twee diversiteitkenners.

 

Interview: Tineke Bahlmann
Tekst: Irene Schoemakers

Het uitzicht vanuit de boardroom op de 32e verdieping van de Rembrandttoren is kraakhelder. Ver onder ons roeit een drietal kano's door de Amsterdamse Amstel en het centrum van de stad even verderop oogt rustig op deze schaarse zonnige zomerdag. Geen vuiltje aan de lucht, zo lijkt het. Een voor een schuiven de rondetafelgasten aan de acht meter lange ellipsvormige vergadertafel die nog het meest wegheeft van de romp van een zeiljacht. Om te beginnen is daar Rajesh Patel, geboren in Kenia en opgegroeid in het Verenigd Koninkrijk. Sinds 2005 staat hij aan het roer van het Nederlandse softwarebedrijf Exact. Aan tafel zit ook Jaap Winter, advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek en onder andere lid van de code Tabaksblat waarin hij zich als voorstander profileerde van meer diversiteit in de Raden van Commissarissen. Ook Martin Hofstede heeft inmiddels plaatsgenomen in de boardroom. Hij is op dit moment actief als interim manager bij de Rabobank en schreef diverse boeken over etnomarketing waaronder ‘Etnomarketing bij een bank'. Tot slot Anka Reijnen. Ze is algemeen directeur van vastgoedfonds Nieuwe Steen Investments en is daarmee de enige vrouwelijke Nederlandse ceo van een beursgenoteerde onderneming.

‘Diversiteit', zo luidt het gespreksthema van vandaag. Een thema dat al uit en te na is besproken en waarvan de noodzaak al vele malen is aangetoond in onderzoeken. Desalniettemin bestaan de Raden van Commissarissen nog altijd vaak exclusief uit blanke mannen die de pensioenleeftijd naderen. Het aantal vrouwen in Raden van Commissarissen in Nederland bedraagt een beschamende 6,5 procent, zo blijkt uit recent onderzoek ‘De onbekende commissaris: diversiteit binnen raden van commissarissen van het Nationaal Register commissarissen en toezichthouders (NR) en Vrouw in Beeld. De onderzoekers vergeleken de Nederlandse situatie met die in Zweden. Daar is het aanzienlijk beter gesteld met de hoeveelheid vrouwen in Raden van Commissarissen: 21 procent.

Hoe komt het toch dat het in Nederland maar niet lukt?, wil gespreksleider Tineke Bahlman weten die zelf ooit Nederlands eerste vrouwelijke studente bedrijfseconomie was.

Winter: ‘In Zweden is ook de arbeidsparticipatie van vrouwen veel groter. Maar vrouwen moeten daar wel. Het leven is duur en men kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven om te stoppen met werken. In Nederland hebben we een uitgebreid sociaal stelsel dat maakt dat menig vrouw die keuze wél kan maken. Vrouwen worden in Nederland bovendien vaak ofwel te gretig en ambitieus bevonden, ofwel ze "staan" er niet. Die beeldvorming is een probleem. Neem nu juristen. Zestig procent van de rechtenstudenten is vrouw. Maar slechts acht procent van de top in advocatenkantoren is vrouw. Daar zit een enorme discrepantie.'

Hofstede: ‘Ik herken wat je zegt. Vrouwen moeten zich meer bewijzen dan mannen. Maar áls ze dat doen, worden ze er ook weer op afgerekend. Ze moeten zakelijk en ambitieus zijn, maar ze mogen ook vooral niet zakelijk en ambitieus zijn. Het is een strijd die je niet kunt winnen.'

Reijnen: ‘Ik denk dat veel mannen bang zijn om vrouwen toe te laten in hun bolwerk. Ze hebben liever iemand van hun eigen "club". En laten we wel wezen: vrouwen zíjn ook anders dan mannen. Om te beginnen zijn we permanent onzeker. Als een man wordt