website door Carlos Gallupa

Droomdirigent

 

Tegen alle conventies in startte de jonge dirigent Peter Santa een kleine drie jaar geleden zonder subsidiegelden een nieuw symphonie-orkest voor jeugdige musici. Zijn gedurfd initiatief  kreeg fikse kritiek vanuit de gevestigde muziekwereld, maar Santa houdt voet bij stuk. En niet zonder succes. Terwijl zijn Amsterdam Symphony Orchestra inmiddels op eigen benen staat, is Santa alweer klaar voor de volgende stap. Zijn doel? Investeerders zoeken om zodoende een mini "Endemol-imperium" van de grond te krijgen. ‘Maar dan voor klassieke muziek.'

Irene Schoemakers

Hij is jong (38), ambitieus, muzikaal én commercieel. En met name de combinatie van de laatste twee is in de kunst- en muziekwereld doorgaans een zeldzaamheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Santa de afgelopen jaren de nodige kritiek over zich heen heeft gekregen. Santa: ‘"Wie serieus met muziek bezig is, moet zich niet bezighouden met wat wel en niet verkoopt", zo luidt het dogma binnen de wereld van de klassieke muziek. Ik ben het daar niet mee eens. Natuurlijk. Het is heel goed dat er orkesten zijn die middels subsidies de kans krijgen om hun muziek ten gehore te brengen. Orkesten die zich kortom niet commercieel hoeven op te stellen. Het concertgebouworkest is daar een goed voorbeeld van. Maar er is mijns inziens ook wel degelijk plaats voor orkesten die een andere, meer commerciële markt bedienen. Op die laatste markt begeven wij ons. We doen het dus bewust zonder subsidies en proberen onze eigen broek op te houden.'

Tinnen viooltje
Klassieke muziek is alles voor Santa die geboren is uit een Ierse moeder en Hongaarse vader, en opgegroeid is in het Gooi. ‘Als peuter al was ik niet weg te slaan bij de snaren van mijn vaders cello. Hij was solochellist in het radiofilharmonisch orkest in Hilversum. Ik was enorm gefascineerd door het geluid van het instrument. Op verzoek van mijn vader bracht mijn opa zo rond mijn tweede een tinnen viooltje mee uit Hongarije zodat ik daar aan kon plukken. Rond mijn derde kreeg ik mijn eerste echte viool. "Die laat ik nooit meer gaan", zo dacht ik.
Maar de harde realiteit haalde hem in. Santa: ‘Tijdens mijn laatste fase van de middelbare school en ik al teven studeerde aan het conservatorium, werd ik getroffen door rugproblemen. Ik had mezelf jarenlang een verkeerde houding aangemeten, waardoor mijn rug het min of meer begaf. Ik was nog geen twintig en kreeg te horen dat ik, in ieder geval tijdelijk, moest stoppen met viool spelen.'

Eduard van Beinumprijs
Om de muziek niet helemaal de rug toe te hoeven keren, besloot Santa zich toe te leggen op het dirigeren. ‘Ik had via mijn vader natuurlijk al de nodige repetities meegemaakt bij orkesten, had al veel dirigenten zien optreden en was dus wel een beetje bekend met die wereld. Ik heb het kunstje eerst goed afgekeken, dirigenten als Leonard Bernstein om advies gevraagd en ben voorzichtig met het dirigeren aan de slag gegaan.'
Een uitnodiging uit Portugal om als violist te komen spelen in een orkest aldaar bleek een onverwachte wending aan zijn loopbaan te geven. ‘Ik liet weten dat ik wegens rugproblemen niet kon en inmiddels een beetje aan het dirigeren was. "Bel over een jaar of tien maar terug",  liet ik ze weten. "We willen je nu! Als dirigent", zo luidde hun antwoord.'
Niet lang daarna - in 1990 - mocht Santa de prestigieuze Eduard van Beinumprijs in ontvangst nemen. Hij was daarmee met zijn 22 jaar niet alleen de jongste dirigent ooit die deze prijs won, hij liet daarmee maar liefst 700 dirigenten uit alle windstreken achter zich.
De Japanse dirigent Hiro Yuki Iwaki nam hem vervolgens onder zijn hoede en al snel dirigeerde Santa concerten over de hele wereld.

‘Alles kan'
Zo'n zes jaar gel